zaterdag 21 oktober 2017

De ondergang van Zr. Ms. Adder, deel drie






Later werden ook elders vele lijken opgevist; zondag werd door de sleepboot Hercules te Nieuwediep een lijk aan wal gebracht en volgens rapporten van sommige Urker vissers dreven ten noorden van sommige Waddeneilanden , zoals Vlieland en Terschelling ook nog vele lichamen. Het toenmalige 'Ministerie van Marine' zond nu ook de de ramschepen Schorpioen en Buffel (ook al van die nieuwerwetsigheden, die nooit hun doel hebben bewezen), uit en gaf de de Marine schepen Hercules en Frans Naerebout opdracht om te blijven kruisen. Door het 'Departement van Buitenlandse Zaken', nu MINBUZA, werden berichten gezonden aan de Nederlandse consuls in de kustplaatsen van Engeland, Noord-Duitsland, Denemarken, Zweden en Noorwegen, kortom, de landen die aan de Noordzee lagen, met het verzoek om bij het aanspoelen of bij het aan land brengen van lijken uit zee na te kijken of deze van de bemanning van de Adder zouden kunnen zijn; een beschrijving van de kentekenen van de kleding, waaruit de identiteit zou kunnen worden opgemaakt, werd daartoe aan de consuls gezonden. Er was overigens heel veel kritiek op de officials, omdat er tot zaterdag werd gewacht met het uitsturen van een schip om de vermiste Adder, terwijl de monitor op woensdagmiddag al te Hellevoetsluis werd verwacht.
En, zoals het altijd gaat in Nederland, werd er een commissie ingesteld om deze ramp te onderzoeken.
Er waren verschillende gissingen naar de oorzaak van de ramp; van een ontploffing kon, dacht men, geen sprake zijn geweest, omdat de bemanning dan de tijd ontbroken zou hebben zich van zwemgordels/-vesten te voorzien. Een aanvaring door een schip van groot kaliber achtte men om dezelfde reden niet waarschijnlijk, ook omdat de seinlichten van de Adder dit schip dan wel gewaarschuwd zouden hebben. Uiteindelijk dacht men dat het schip in de Noordzee, bij onstuimig weer, door dwarszeeën was overspoeld, golven die het vuur in de machinekamer hadden geblust, waardoor de Adder, die tot de vaartuigen voor de binnenwateren en de kust behoorde en die niet veel storm of zee kon verdragen, volgelopen en vervolgens gezonken moest zijn.
Het gevaar leek plotseling te zijn opgekomen omdat de commandant anders de monitor wel onmiddellijk op het strand zou hebben gezet. Toen men een paar van de gevonden lijken bekeek bleek dat dat van een aan boord dienende marinier geheel onbeschadigd was, maar dat hij zijn lippen tot bloedens toe kapot gebeten had, maar dat de lijken van de sommige matrozen hoofd wonden hadden en dat van het lijk van een andere matroos het gehele bovenhoofd was weggeslagen. Men ging er van uit dat deze manschappen al te kooi kooi lagen toen de ramp plaatsvond, wat men afleidde uit enkele bijzonderheden van de kleding; de beschadiging van een aantal lijken leek erop te wijzen dat aan boord een ontploffing had plaatsgevonden alleen verklaarde dat niet waarom de meeste lichamen werden gevonden met zwemgordels/-vesten om. In de zak van de luitenant-ter-zee Jonckheer zat nog een briefje waarop stond dat toren en sloepen werden gesjord en dat om 6 uur geprobeerd zou worden naar IJmuiden terug te keren maar dat het schip weigerde te wenden, zodat het daarna om de zuid werd gestuurd. Andere vermoedens gingen er derhalve van uit dat het schip niet plotseling in nood was gekomen omdat de commandant om zes uur bevel had gegeven naar IJmuiden terug te keren maar dat het schip weigerde te sturen. Aldus leek het gevaar al om 6 uur begonnen.
Uiteindelijk was de conclusie dat de bemanning al door had dat het schip in de problemen was, omdat veel van de opvarenden al een zwemvest om hadden en die opvarenden zich over boord hadden gestort om zich zelf, zwemmend, te redden. 
De uiteindelijke conclusie was dat 'monitors' eigenlijk geen reden van bestaan hadden in de toenmalige "moderne" marine. Het waren gewoon ijzeren bakken, zonder vrijboord, met nauwelijks zeewaardigheid. Bovendien hadden ze te zware kanons om ook nog eens drijfvermogen te hebben. En ja, dat zo een stalen bak naar zee was gestuurd zonder een schip ten geleide, was al helemaal van de ratten besnuffeld, natuurlijk.

Men gaf de verdronken marine lui een prachtige herdenkingssteen in Huisduinen, zie boven, dat wel. Ik weet niet of het een landelijk schandaal werd, zoals dat van onze militairen in Mali. Ik weet dus ook niet of de toenmalige minister van Marine, ja, dat was in de tijd dat je nog een minister van Oorlog had, voor de Landmacht, en een minister van Marine, voor de KM, aftrad, zoals Hennis deed. Ik denk het niet, het waren toen allemaal dikke graven/baronnen/jonkheer maatjes van elkaar dus ik denk: ze dronken een glas, deden een plas en alles bleef zoals het was situatie was. (Zoals altijd roep ik om om Jonkheren NIET te vertrouwen en te boycotten, ter zijde, dit.)

Goed, nu ik het even over de adel heb, struikrovers met vaak een dubbele naam, wil ik het meteen eens hebben over Domela Nieuwenhuis,"Us Ferlosser" zoals de man, een gesjeesde of van zijn geloof afgevallen dominee, later anarchist, liefhebbend door de Friesen genoemd werd.




Geen opmerkingen:

Een reactie posten

Politiek debat? Nonsens.

  Vanavond heb ik, heel even, naar het debat tussen de zes politieke leiders gekeken. Heel even, hoor. Het was op een commerciële zender en ...