Om het hoogst merkwaardige verhaal van Julius Lauterbach te kunnen gaan beschrijven moet ik wel even een behoorlijk stuk maritieme en wereld geschiedenis beschrijven. (Nee, haak niet meteen af, lees nu even mee, ja het heeft wat tijd nodig, maar het is de moeite waard, geloof me en vertrouw me)
Aan het einde van de negentiende eeuw, ongeveer rond 1871, was Duitsland nog net maar een land, een keizerrijk geworden. In al de eeuwen daarvoor bestond, wat nu Duitsland is, uit allemaal kleine landjes, graafschappen, bisdommen, stadsstaatjes en zo. Denk aan Lippe Bisterfeld, denk aan Pruisen, Hannover, Hanzestad Hamburg. Al die staatjes en landjes, hadden allemaal eigen regeringen, ze hadden allemaal eigen legertjes, ze hadden allemaal buitenlandse politieke banden en noem zo verder maar op.
Ene Otto von Bismarck, een buitengewoon sluwe en doortastende kanselier (zeg maar eerste minister) van het koninkrijk(je) Pruisen/Duitsland, waar Berlijn weer de hoofdstad van is, zorgde er op heel slinkse wijze voor dat Pruisen, Bismarck's staat, met Frankrijk, dat grote keizerrijk onder Napoleon III, in oorlog kwam, moest komen. Dat deed hij door middel van de Emser Depesche, een (zou Trump zeggen) "fake" telegram, waardoor zijn baas, de koning van Pruisen, ene Wilhelm de eerste, de oorlog wel moest verklaren aan de Fransen. Tja en dat geschiedde, de Pruisisch - Franse oorlog 1870 - 1871 was een feit, de Fransen beten helemaal in het zand en keizer Napoleon III werd, in de slag bij het Franse Sedan, die de Fransen helemaal verloren, gevangen genomen ging in krijgsgevangenschap.
(En meteen werd door deze Franse nederlaag, 'La Debacle', zoals het boek van Emile Zola over deze strijd zou schrijven, de oorzaak van de eerste en de tweede wereld oorlog.)
Goed, hoe erg kun je een land vernederen, hoe erg kun je een oorlogszaak maken? Dat deden de Moffen, nu ja dat deed Furst (vorst) Von Bismarck op zijn eigenste en hele Duitse manier.
Hij liet het Keizerrijk Duitsland uitroepen, hij deej het zelf overigens, in de Spiegelzaal van het Versaille kasteel, de plek waar het Franse hof was gevestigd. Stel dat Feijenoord tot winnaar van de Eurocup een, (nu ja stoppen met lachen nu) ik noem maar wat, uitgeroepen zou worden in de Ajax Arena en dat dan dus door een Rotjeknorse hoofdtrainer, zoiets dan, de cup aan de 010-ers werd uitgedeeld en zo, in Mokum!, krijg 'ie het plaatje?
Maar goed, ondertussen was Pruisen/ Duitsland dan wel de baas op het platteland van Europa, maar verder kwamen ze niet. Economisch ging het allemaal niet zo goed in Duitsland/Pruissen, Der moesten dus wel kolonies komen, net zoals die totaal verrekte Engelsen/Fransen/Hollanders en zelfs de Belgen hadden, België had de Congo, overigens zeg maar, privé bezit van Koning Leopold de tweede.
Duitsland wilde dus ook koloniën en ging op zoek. Ze vonden wat gebieden die nog niet door heel veel meer ijverige landen ingenomen waren. Die gebieden hadden dus niet veel opbrengst en daardoor dus ook voor de grote koloniale landen niet interessant. Ik noem: Windhoek, dat is Duits Oost Afrika en wat meerdere minigebieden daar, Neu Kameroen onder andere en bijvoorbeeld Togoland, nu ja, je kent het wel, dat soort gebieden had Wilhelm als kolonie. (Dat zat hem heel hoog, natuurlijk en hij as stikjaloers op zijn neef, de koning van Groot Brittannië, ene George)
Maar ook, ik kom wat dichter tot mijn betoog, hadden de Duitsers wat havens in Azië in hun bezit. Een een land dat havens heeft, al dan niet in den vreemde, heeft natuurlijk marine schepen nodig om die te verdedigen.
Goed, een van die marineschepen, die in de Oost voer, was dus SMS, Seiner Majestets Schiff Emden, een schip dat door de inboorlingen ook wel de 'Zwaan van het Oosten' werd genoemd. De Emden was een fraaie, lichte, kruiser, met aan boord ene Leutnant zur See Julius Lauterbach en vooral aanwezig ene commandant, Karl von Muller!
Hij was een van de meest menselijke marine commandanten die ooit geleefd heeft, geloof me. Ik heb zelf heel veel commandanten gekend, maar Muller was, volgens zijn bemanning, een topper!
=spater weiter=
maandag 30 oktober 2017
vrijdag 27 oktober 2017
Us Ferlosser (2)
Ik zei, een beetje verkeerd, dat Domela Nieuwenhuis niets te maken had met het Koningshuis, maar ja, dat is natuurlijk helemaal fout, niet? Oplettende lezertjes hadden me moeten attenderen dat ik een grove fout maakte. Doordat Domela juist wel met het Koningshuis te maken had gehad, ging-ie de lik in. Hij noemde Koning Willem III in een zogenaamd schotschrift: 'Koning Gorilla'. (zie boven) En hoeveel gelijk kon die hebben, die Domela dan. Later, lezers, later, denk aan een koning in zijn blote piem voor een open raam, zo, ja echt waar gebeurd.
Hij, Domela, was de zoon van Ferdinand Domela Nieuwenhuis. Zijn vader was overigens een Lutherse predikant en tevens een hoogleraar in de theologie, en zijn moeder was Henriette Frances Berry. Toen Ferdinand Domela Nieuwenhuis tien jaar oud was, stierf zijn moeder. Hij ging in de leer voor dominee en behaalde zijn bul.
Ferdinand trouwde overigens vier keer en elke keer met een vrouw die Johanna heette. Drie van de echtgenotes stierven, triestig genoeg, in het kraambed. Hij kreeg bij die vier dames overigens negen kinderen.
Ondertussen was hij al predikant geworden, net als zijn ouwe heer. Rond 1870 werd hij, zoals dat heet, beroepen, naar Harlingen. Hij las natuurlijk kranten en las dus over die vreselijke Frans/Duitse oorlog, 1870-1871, en schreef daar meerdere artikelen over en ja, zijn pacifisme was wel geboren. Ook ging hij arbeiders steunen die om loonsverhoging vroegen. Omdat in die tijd twee van zijn vrouwen overleden ging hij steeds meer twijfelen aan God, aan de kerk en aan het geloof.
Hij las veel, veel van kritische theologen, hij maakte allemaal studie reizen en uiteindelijk besloot hij dat 'zijn' God niet bestond en zo werd hij atheïst.
In die tijd begon hij meer en meer boeken en kranten en pamfletten van tegenstanders van de godsdienst te lezen, maar vooral boeken en zo over denkbeelden van, zeg maar, wat wij nu het socialisme, noemen, Nee, niet dat van de PvdA, hoor, dat is Yuppen socialisme, maar het echte werk, dat ooit van vroeger, de socialisten die er nog waren voor Den Uyl en zo, de 'rooien' die zich ECHT voor de arbeiders uitspreken en niet voor de mensen in hun doorzonwoningen in Buitenveldert en zo.
Maar goed, hij kwam dus ook op voor de boerenknechten en de landarbeiders en de werkmensen in vooral Friesland en Groningen, zo zelfs, dat zij hem "onze Verlosser" gingen noemen.
Hij was een enorm pleitbezorger voor algemeen kiesrecht en kreeg daar wel wat in klaar. In 1888 werd hij zelf Kamerlid.
Ondertussen had hij de socialistische krant: "Recht voor allen" opgericht of in het leven geroepen en, anarchist die hij was, ging hij meteen van acquit. Hij beschreef dat koning Willem III iemand was, die "wel heel weinig van zijn baantje maakte" en zo.
(In die krant heeft hij, Domela, ook heel wat antisemitische dingen geschreven, of laten schrijven en heeft hij de grondlegger van de Heineken brouwerijen behoorlijk zwart laten maken, overigens. Dat deed dan een parvenu, een oplichter, een zwetser en een zwager van die Gerard Heineken voor die Domela, maar die laatste vond het wel best, geloof ik.)
Toen diezelfde voorvader van onze huidige koning ook nog eens behoorlijk naast de pot pieste in Genève was voor hem de maat vol en publiceerde hij de brochure: "Koning Gorilla."
(Na het lezen van dat geschrift, begreep ik al helemaal waarom het huidige staatshoofd zich niet als koning Willem de Vierde wilde laten kronen.)
Het verhaal is zo: de toenmalige koning, Willem III dus, bewoonde, het was vakantietijd, een fraaie bungalow aan het meer van Genève. Op een, nu ja meerdere, fraaie ochtenden, stond de toenmalige koning op het fraaie, over het meer gebouwde balkon en keek naar de voorbijgaande boten en bootjes, veelal pleziervaartuigen.
Du moment dat hij meerdere vrouwelijke passagiers aan boord van een dergelijk vaartuig aanschouwde, deed de koning zijn badmantel open en vergastte de passagiers op het gezicht van de Koninklijken Piem, al dan niet opgericht, zeg maar! Dat gaf, na enige tijd, natuurlijk een schandaal en ja, de koning werd met pek en veren overladen en het (Zwitser) land uit gelazerd. Dit helemaal tegen de zin van onze vriend Willem in.
Hij bestelde daarop, terug gekeerd in Den Haag, dan ook zijn Minister van Marine, die ministeries van Marine en Oorlog bestonden toen nog, en gelastte die excellentie om Zwitserland de oorlog te verklaren en zijn (Zr.Ms.) fregatten, ter verduidelijking, fregatten zijn marine schepen, tegen de Zwitsers te gaan gebruiken.
De minister had er een probleem mee om aan de vorst uit te leggen dat Zwitserland niet te bereiken was voor oorlogsschepen, zijnde een land dat niet aan een kust lag.
Maar goed, Domela Nieuwenhuis publiceerde allemaal van dat soort boeken en berichten en ging natuurlijk enige tijd de bajes in.
Hij stierf in 1919 en zijn 'anarchisme' heeft nooit aangeslagen in os land. (Gelukkig.)
woensdag 25 oktober 2017
Nederland en het water. (Een van vele berichten)
Behalve een redelijk stukje Drenthe, een heel klein stukje Friesland, (het "Roode klif) en sommige stukken van Limburg, Brabant en ook de Veluwe, was het, in wat nu ons land is, vroeger een hele grote en natte bende. Nederland, dat toen natuurlijk al helemaal niet bestond, was een Delta, van de rivieren: Maas, Rijn, Maas, Waal en IJssel. En natuurlkijk van veel meer stromen en stroompjes: de Vecht, de Amstel, het Ij, de Hunze, noem ze maar op. Daarnaast hadden de zee en de vele stormen zoveel invloed op het toenmalige
landschap, nu ja de landschappen zeg maar, dat het hele land haast
verdronken leek. Al die rivieren lagen toen natuurlijk nog niet allemaal netjes ingebed of ingedijkt zoals ze der nu bijliggen. De mens leefde nog, nu ja, zeg maar nauwelijks in deze streken en, mochten ze er al leven, dan woonden ze op terpen (in Friesland) of wierden (in Groningen), zuks, dan. Terpen en wierden, ik leg het niet uit, op de lagere school zijn we dermee doodgegooid, tijdens de geschiedenis les. Toen de Romeinen, je weet wel Julius Caesar en zo, dit zompige land kwamen veroveren, hoewel ze overigens aan de zuidkant van de toenmalige Rijn bleven, een stroompje dat we nu afdoen als 'de Oude Rijn', en toen de Limes werden genoemd, hadden ze er totaal geen probleem mee, om dat natte land, wat we nu kennen als de provincies Noord Holland, Utrecht, Friesland en Overijssel, niet binnen de grenzen van hun rijk te halen. Er was wel een Romeins historicus, ene Plinius, die, beweert hij, die streken van, wat nu ons land is, heeft bezocht en zie het volgende:
Daar woont een ellendig volk op heuveltjes of plateaus (die terpen of wierden dus)boven het peil van de hoogste vloed, die zij met hun handen hebben gemaakt, waarop hun hutten staan. Zij gelijken op schepelingen wanneer het water alles om hen heen bedekt, maar op schipbreukelingen wanneer het zich terugtrekt en zij de vissen rondom hun hutten vangen, die met de zee willen vluchten. Zij hebben geen vee en kunnen zich niet met melk voeden zoals de anderen in de omgeving, noch op jacht gaan, want nergens zijn struiken waarin het wild zich kan ophouden. De netten om de vissen te vangen knopen zij uit zeegras en biezen. De klei, die zij met hun handen oppakken, laten zij meer door de wind dan door de zon drogen. Hun spijzen en hun lichamen, door de noordenwind verstijfd, verwarmen zij met aarde. Hun enige drank is regenwater, dat zij opvangen bij de deur van hun huizen. En wanneer deze volken vandaag door het Romeinse volk worden overwonnen, zeggen zij nog dat ze ons willen dienen. Zo is het inderdaad: voor velen betekent de fortuin een straf".
Tja, je zou die Friezen haast nog steeds zo willen benoemen, zoals Plinius dee, als je een Grunniger bent. Nu ben ik een Drent, da's in de volksmond nog veel erger, natuurlijk: "Een Drent is gewrocht (gemaakt) uit jenever, turf en achterdocht. Fraai. Groningers en Friezen zijn namelijk net als Duitsers en Nederlanders: geen vrienden.
Eeuwen later begon de 'kerstening' van ons land, het bekeren van die heidense stammen tot het christendom. Iedereen, zie opmerking over school van boven, heeft de verhalen gehoord van Sint Willibrordus, waar nog heel veel scholen naar genoemd zijn en van de heilige Bonifatius, ook heel veel namen van scholen, die in 754 bij Dokkum vermoord werd, door die heidense Friezen, zoals meester Jansen nog steeds heel boos opmerkte. Meester Jansen, van de lagere school, was namelijk een Grunniger en had een bloed hekel aan Friezen.
Maar goed, die twee missionarissen, het waren allebei Butsen, zoals men bij de onverlaten van het Korps zeggen, Engelsen dus, in spreektaal, kwamen die Friezen vertellen dat, als ze een weg verhoogden tussen twee terpen/wierden, ze met droge poten naar elkaar toe konden lopen om, ja, handel te drijven, ruzie te maken, elkaar te trouwen, dat soort zaken, dus. Nu zijn de mensen in het hoge Noorden niet dom, maar, laat ik het zo zeggen, wat traag en ja, ze wilden eerst eens de kat uit de boom kijken. Dat duurde wat decennia in Friesland, maar de Groninger had het al snel door.
Toen bleek dat en Bonifatius en Willibrord, hij werd de eerste bisschop van ons land overigens, het bij het juiste eind hadden gehad, werden die bewoners van die natte landen helemaal enthousiast, vooral omdat er kloosters werden gesticht, waar die Groningers en Friezen wat raar tegen aan keken, het waren mannen in jurken, die leefden zonder vrouwen en zo, maar die kloosterlingen begonnen wel ook enthousiast mee te doen aan de waterbeheersing! Toen begrepen de bewoners dat je, als je zo een weggetje rondom een hele waterplas opwierp, je dat meertje of meer, ook nog eens droog kon leggen door het water er uit te scheppen, of malen, dan en dat je dan gewoon een droog en tegen het water beschermd en ook nog eens een heel vruchtbaar stuk land, terug kreeg!
Een "hype" was geboren. De Friezen, Groningers en later de Hollanders werden waterbouwkundigen!
Man, wat was dat! Water, klei of zand er omheen, molens bouwen en pompen maar!
=Later over Leeghwater, Lely en meer van die fantastische Hollanders=
Daar woont een ellendig volk op heuveltjes of plateaus (die terpen of wierden dus)boven het peil van de hoogste vloed, die zij met hun handen hebben gemaakt, waarop hun hutten staan. Zij gelijken op schepelingen wanneer het water alles om hen heen bedekt, maar op schipbreukelingen wanneer het zich terugtrekt en zij de vissen rondom hun hutten vangen, die met de zee willen vluchten. Zij hebben geen vee en kunnen zich niet met melk voeden zoals de anderen in de omgeving, noch op jacht gaan, want nergens zijn struiken waarin het wild zich kan ophouden. De netten om de vissen te vangen knopen zij uit zeegras en biezen. De klei, die zij met hun handen oppakken, laten zij meer door de wind dan door de zon drogen. Hun spijzen en hun lichamen, door de noordenwind verstijfd, verwarmen zij met aarde. Hun enige drank is regenwater, dat zij opvangen bij de deur van hun huizen. En wanneer deze volken vandaag door het Romeinse volk worden overwonnen, zeggen zij nog dat ze ons willen dienen. Zo is het inderdaad: voor velen betekent de fortuin een straf".
Tja, je zou die Friezen haast nog steeds zo willen benoemen, zoals Plinius dee, als je een Grunniger bent. Nu ben ik een Drent, da's in de volksmond nog veel erger, natuurlijk: "Een Drent is gewrocht (gemaakt) uit jenever, turf en achterdocht. Fraai. Groningers en Friezen zijn namelijk net als Duitsers en Nederlanders: geen vrienden.
Eeuwen later begon de 'kerstening' van ons land, het bekeren van die heidense stammen tot het christendom. Iedereen, zie opmerking over school van boven, heeft de verhalen gehoord van Sint Willibrordus, waar nog heel veel scholen naar genoemd zijn en van de heilige Bonifatius, ook heel veel namen van scholen, die in 754 bij Dokkum vermoord werd, door die heidense Friezen, zoals meester Jansen nog steeds heel boos opmerkte. Meester Jansen, van de lagere school, was namelijk een Grunniger en had een bloed hekel aan Friezen.
Maar goed, die twee missionarissen, het waren allebei Butsen, zoals men bij de onverlaten van het Korps zeggen, Engelsen dus, in spreektaal, kwamen die Friezen vertellen dat, als ze een weg verhoogden tussen twee terpen/wierden, ze met droge poten naar elkaar toe konden lopen om, ja, handel te drijven, ruzie te maken, elkaar te trouwen, dat soort zaken, dus. Nu zijn de mensen in het hoge Noorden niet dom, maar, laat ik het zo zeggen, wat traag en ja, ze wilden eerst eens de kat uit de boom kijken. Dat duurde wat decennia in Friesland, maar de Groninger had het al snel door.
Toen bleek dat en Bonifatius en Willibrord, hij werd de eerste bisschop van ons land overigens, het bij het juiste eind hadden gehad, werden die bewoners van die natte landen helemaal enthousiast, vooral omdat er kloosters werden gesticht, waar die Groningers en Friezen wat raar tegen aan keken, het waren mannen in jurken, die leefden zonder vrouwen en zo, maar die kloosterlingen begonnen wel ook enthousiast mee te doen aan de waterbeheersing! Toen begrepen de bewoners dat je, als je zo een weggetje rondom een hele waterplas opwierp, je dat meertje of meer, ook nog eens droog kon leggen door het water er uit te scheppen, of malen, dan en dat je dan gewoon een droog en tegen het water beschermd en ook nog eens een heel vruchtbaar stuk land, terug kreeg!
Een "hype" was geboren. De Friezen, Groningers en later de Hollanders werden waterbouwkundigen!
Man, wat was dat! Water, klei of zand er omheen, molens bouwen en pompen maar!
=Later over Leeghwater, Lely en meer van die fantastische Hollanders=
dinsdag 24 oktober 2017
De Graaf van Saint Germain
Die graaf van Saint Germain, ik gaf het al even aan in de Blog over Kaspar Hauser, kon der overigens wat van hoor. Man, man, man, wat een fantast en wat een fantastisch leven leed hij, of leidt hij dat nog? We kwamen hem, ik schreef het al, helemaal en heel kort tegen bij het verhaal over Kaspar Hauser, natuurlijk. Ik geloof niet dat er, na Kaspar, een meer merkwaardige en vreemdere en misschien meer mysterieuze mens bestaat als die Franse graaf. Van de achtergrond en zijn verdere leven, van die Graaf de St. Germain, dan, en van zijn echte identiteit is niet veel bekend, de man was zijn hele leven, als hij al geleefd heeft en, mocht hij nog leven, een mysterie, gehuld in een enigma, omgewikkeld in een raadsel. Er werd beweerd dat hij de enige echte Alchemist was die ooit bestond. Een bepaald iemand zei dat hij de graaf in 1694 leerde kennen en dat die man, die Graaf, vertelde dat hij bijna tachtig jaar oud was. Een ander iemand, een prins of zo, ontmoette de graaf in 1779 en de graaf had gezegd dat 'ie toen net aan een net aan tachtiger was? Een of andere prinses vertelde dat de graaf een zoon van de koning van Portugal was!
Saint-Germain zou gestudeerd hebben aan de Universiteit van Siena in Italië, mogelijk als de beschermeling van een of andere Groothertog, maar er zijn geen bewijzen van. Uiteindelijk ZOU hij gestorven zijn rond 1785 geloof je het zelf? Nu ja, vele mensen dan weer wel.
Na zijn zogenaamd overlijden werd hij nog vele malen gezien. Zegt men. In die jaren deden veel mens aan occulte zaken, zoals wij nu aan hypes doen als Geer en Goor en aan allerlei vereringen als bak- en kook programma's op tv. (Nee, zo was dat echt, ik zeik niemand af, seances en zo waren gemeengoed, wel spannend, net zo als nu een tv quiz is of zo)
Maar goed, de graaf werd nog steeds levend gesignaleerd tussen 1785, bij een congres van de Vrijmetselaars en zelfs tot aan 1867, ergens in Milaan, in een winkel of zo, denk ik dan, niet bij Inter of AC hoor, die bestonden toen nog niet. Er was overigens zelfs een hele serieuze Schriftgeleerde die beweerde de "Comte de Saint Germain" te hebben gesproken en ontmoet, nu ja, misschien moet dat andersom, ergens in 1926. De graaf had die man, dat was ene mijnheer Leadbetter, zelfs een mantel laten zien die had toebehoord aan een Romeinse keizer en dus al een meer dan duizend jaar oud voorwerp. Ja heel geheimzinnig en onwerkelijk allemaal.
Volgens verschillende groepen heeft die Saint-Germain verder de volgende belichamingen gehad, ik weet het niet, doe er mee wat je wilt: hij was:
Heerser van een bloeiende beschaving in wat nu de Sahara is, 70.000 jaar geleden,
Hoge priester op Atlantis, waar nu het eiland Cuba ligt, 13.000 jaar geleden,
Samuel, religieus leider in Israël, elfde eeuw voor Christus
Sint Jozef, de man van Maria en de opvoeder van Jezus, Nazareth, eerste eeuw voor Christus
Sint Albanus, Engeland, derde eeuw na Christus
Maar goed er worden, de laatste tijd wel veel minder, nog steeds namen genoemd en geschreven over deze merkwaardige verschijning, maar het meest frappante, maar ook meest recente (dus laatste) geval, van de verschijning van De Graaf is wel dat ene Richard Chanfray (1940-1983), beweerde dat hij een/de laatste reïncarnatie van de Graaf van St. Germain was.
Pikant detail daarbij was dat hij ooit een geliefde was van Dalida, je weet wel, de dramatisch omgekomen zangeres van nummers als: "Buenas noches Mi Amor" en "Gigi l' Amoroso"! Ook beweerde die Chanfray dat Lodewijk de vijftiende (ooit FRans koning) nog leefde en dat hij hem wel eens tegenkwam?
Tja, wat moet je der allemaal mee? Is het 'Fantasy Island' of misschien echte of hele vage werkelijkheid? Is het misschien 'Magisch realisme'? Dat is een kunststroming die ik erg aan hang? Voorbeelden hiervan zijn: Hubert Lampo als schrijver, Pyke Koch als beeldhouwer, Carel Willink als schilder?
Misschien is het dat allemaal wel, ik houd er wel van en geloof ook wel in, ik geloof in dingen en dingetjes die niet helemaal alleen maar aan logica of wiskundige formules op te bouwen of te bewijzen zijn. (Zie Kapar Hauser en zo.) Maar denk ook aan de diverse complotten rond Kennedy en zo en nog zoveel onzin meer, in mijn ogen dan.
Maar dat is wel dezelfde onzin waar mensen die geloven in homeopathie, voetzoolreflex, edelsteen therapie, bekkenbodem instabiliteit, het blad Happinez en dat Geer en Goor leuk zijn en dat Trump de wereld gaat redden en zo. Bullshit, allemaal.
zondag 22 oktober 2017
"Us Ferlosser", Domela Nieuwenhuis (Deel een)
Volgens een van mijn beste vrienden ben ik nog niet eens zo een slecht mens. Volgens hem ben ik ben een republikein in hart en nieren en ja, een beetje gelijk heeft 'ie, die vriend, hij heet B., wel. Ik ben niet zo op het 'koningshuis', hoewel ik er ook geen totale afkeer van heb, hoor.
Maar ja, wees eerlijk, de hele zaak van allemaal elkaar opvolgende koningen/koninginnen, (eerst allemaal stadhouders en prinsen), die alleen maar koning/-in werden of worden, zonder er ooit een diploma voor te hebben hoeven halen of er een examen in te hebben gedaan, is behoorlijk achterhaald.
(Terwijl ze helemaal geen echt recht op die troon hebben, zijnde al helemaal geen Oranje's, lees een eerder Blog.)
Ze, die Oranjes, komen met miljoenen, nu ja, in elk geval met tonnen geld 's jaars weg. En daar bedoel ik ook de "angehauchte" mee, natuurlijk. Onze opvolgende "keunigin", de kroonprinses, verdient geloof ik, nu al, Anderhalf miljoen Euro per jaar! 1.500.000 EURO! Per Jaar! Gewoon omdat ze geboren is, ik kan dit veel meer oneerbiedig zeggen, maar zo ben ik niet, jullie kennen mee. Maar goed, een grietje van vijftien of zestien, hoe oud is ze helemaal?
Toen ik die leeftijd had, had ik een job, ik moest een bepaalde mengketel, ik ga het niet uitleggen, maar het had te maken met de zaak van mijn ouweheer, een graan en mengvoeder bedrijf, helemaal roestvrij bikken. Aan de binnenkant. Een stalen ketel, vier meter diep en drie meter in diameter. Dat deej ik in de zomer, onder een stralende zon met temperaturen oplopend tot 45 graden in de ketel. Maar ja, je was een vent toch? Als beloning kreeg ik overigens een Sparta brommer met zelfs wel twee! versnellingen, terwijl ik had gehoopt op, en een beetje aangegeven had, op een Puch met wel vier van die versnellingen, zodat ik ook nog eens een 'vossenstaart' aan die brommer kon bevestigen! (Overigens had ik leren bikken en tjetten op het schip van mijn, toenmalige en zeer geliefde zwager Max. Hij, Max, was een geregistreerde boef, maar een fraaie boef en ik "hield" van hem. Ooit was hij kapitein van allemaal fraaie kustvaarders, maar door heel wat gedoe met de internationale belastingen raakte hij, een hele tijd, zijn diploma kwijt. Hij die dit leest kan bevestigen dat mijn geliefde zwager, geliefd is helemaal niet cynisch bedoeld overigens, smokkelde als een gek. Er is zelfs een hoorspel over hem en zijn gedrag gemaakt.)
In die jaren was der natuurlijk veel meer aan de hand, natuurlijk: de Sixties/de Kennedy moord/ het Maagdenhuis/Phil Bloom, en zo gebeurden toen allemaal. (Phil Bloom: was, vraag elke mannelijke zestiger van mijn leeftijd, een sensatie in Nederland, een jonge dame met blote en ja, zeg maar fraaie borsten, zomaar bloot op tv!!!! Twas wat!
Maar goed, de zwager "did his time" een nam een beurtvaartbedrijf, per schip, van Groningen naar Schiermonnikoog over. Met een op een coaster lijkend scheepje van net aan vijftig ton, de Antje Tomina!
Ik had in die tijd een, nu zouden we het 'time-out' noemen, van school. Het ging niet allemaal lukken, ik heb het eerder uitgelegd. De leraren waren zo gek op me dat ik drie jaar de eerste klas van de MULO mocht doen, zuks, dan. Mijn ouweheer, zelf niet helemaal zondevrij, om het voorzichtig te zeggen, besloot, in overleg met Max, dat ik maar eens een jaartje moest gaan varen om te voelen wat dat varen (en werken, want mijn ouwe heeft zichzelf het graf ingewerkt) nu eigenlijk was.
"Oh mein Papa", zo begint een Duits liedje, hoe heb jij je kunnen vergissen. Du moment dat ik het kleine scheepje zag, met haar fraaie lijn en stoere zeeg en die ene laadmast bijna bij de bak, met de winch ernaast en de ingang van het foksel, werd ik voor het eerst echt en helemaal verliefd. Ope een schip, nu ja, scheepje. Ik bracht een jaar met en op haar door, leerde varen, leerde zeemanschap, leerde mensen en mensenkennis en wist dat varen vanaf nu/toen, voor altijd in mijn bloed zou zitten en dat gebeurde ook!
Nu ja, wat heeft dit allemaal met Us Ferlosser en koningshuizen en zo te maken? Geen ene r.., natuurlijk, ik aborteer weer eens heerlijk. Maar, ik wist toen al dat aan boord van schepen en op zee, mensen gelijk zijn voor elkaar. Nee, niet in rang en stand, maar in gevoelens voor schepen en voor de zee. En da's nooit uit mijn gedachten gegaan. Dat 'gelijk zijn voor elkaar' had die Domela Nieuwenhuis, zie zijn fotootje, ook. Zo sterk dat hij zijn hele leven in dienst stelde van de 'gelijkheid van de mens.'
zaterdag 21 oktober 2017
De ondergang van Zr. Ms. Adder, deel drie
En, zoals het altijd gaat in Nederland, werd er een commissie ingesteld om deze ramp te onderzoeken.
Er waren verschillende gissingen naar de oorzaak van de ramp; van een ontploffing kon, dacht men, geen sprake zijn geweest, omdat de bemanning dan de tijd ontbroken zou hebben zich van zwemgordels/-vesten te voorzien. Een aanvaring door een schip van groot kaliber achtte men om dezelfde reden niet waarschijnlijk, ook omdat de seinlichten van de Adder dit schip dan wel gewaarschuwd zouden hebben. Uiteindelijk dacht men dat het schip in de Noordzee, bij onstuimig weer, door dwarszeeën was overspoeld, golven die het vuur in de machinekamer hadden geblust, waardoor de Adder, die tot de vaartuigen voor de binnenwateren en de kust behoorde en die niet veel storm of zee kon verdragen, volgelopen en vervolgens gezonken moest zijn.
Het gevaar leek plotseling te zijn opgekomen omdat de commandant anders de monitor wel onmiddellijk op het strand zou hebben gezet. Toen men een paar van de gevonden lijken bekeek bleek dat dat van een aan boord dienende marinier geheel onbeschadigd was, maar dat hij zijn lippen tot bloedens toe kapot gebeten had, maar dat de lijken van de sommige matrozen hoofd wonden hadden en dat van het lijk van een andere matroos het gehele bovenhoofd was weggeslagen. Men ging er van uit dat deze manschappen al te kooi kooi lagen toen de ramp plaatsvond, wat men afleidde uit enkele bijzonderheden van de kleding; de beschadiging van een aantal lijken leek erop te wijzen dat aan boord een ontploffing had plaatsgevonden alleen verklaarde dat niet waarom de meeste lichamen werden gevonden met zwemgordels/-vesten om. In de zak van de luitenant-ter-zee Jonckheer zat nog een briefje waarop stond dat toren en sloepen werden gesjord en dat om 6 uur geprobeerd zou worden naar IJmuiden terug te keren maar dat het schip weigerde te wenden, zodat het daarna om de zuid werd gestuurd. Andere vermoedens gingen er derhalve van uit dat het schip niet plotseling in nood was gekomen omdat de commandant om zes uur bevel had gegeven naar IJmuiden terug te keren maar dat het schip weigerde te sturen. Aldus leek het gevaar al om 6 uur begonnen.
Uiteindelijk was de conclusie dat de bemanning al door had dat het schip in de problemen was, omdat veel van de opvarenden al een zwemvest om hadden en die opvarenden zich over boord hadden gestort om zich zelf, zwemmend, te redden.
De uiteindelijke conclusie was dat 'monitors' eigenlijk geen reden van bestaan hadden in de toenmalige "moderne" marine. Het waren gewoon ijzeren bakken, zonder vrijboord, met nauwelijks zeewaardigheid. Bovendien hadden ze te zware kanons om ook nog eens drijfvermogen te hebben. En ja, dat zo een stalen bak naar zee was gestuurd zonder een schip ten geleide, was al helemaal van de ratten besnuffeld, natuurlijk.
Men gaf de verdronken marine lui een prachtige herdenkingssteen in Huisduinen, zie boven, dat wel. Ik weet niet of het een landelijk schandaal werd, zoals dat van onze militairen in Mali. Ik weet dus ook niet of de toenmalige minister van Marine, ja, dat was in de tijd dat je nog een minister van Oorlog had, voor de Landmacht, en een minister van Marine, voor de KM, aftrad, zoals Hennis deed. Ik denk het niet, het waren toen allemaal dikke graven/baronnen/jonkheer maatjes van elkaar dus ik denk: ze dronken een glas, deden een plas en alles bleef zoals het was situatie was. (Zoals altijd roep ik om om Jonkheren NIET te vertrouwen en te boycotten, ter zijde, dit.)
Goed, nu ik het even over de adel heb, struikrovers met vaak een dubbele naam, wil ik het meteen eens hebben over Domela Nieuwenhuis,"Us Ferlosser" zoals de man, een gesjeesde of van zijn geloof afgevallen dominee, later anarchist, liefhebbend door de Friesen genoemd werd.
woensdag 18 oktober 2017
De ondergang van Zr. Ms. Adder deel twee
Ja en je kan wel begrijpen, als je de "tekening" in het vorige Blog zag, dat die schepen nauwelijks 'zeewaardig' waren. Ze hadden een laag 'vrijboord', geen waterkeringen, alleen maar een glad dek en een toren, waarin een periscoop was geplaatst zodat de roerganger kon zien welke kant hij op moest.
Al met al waren deze monitors, de marine had er op een gegeven moment tien van ongeveer, zeer slechte zeeschepen en dat is zwak uitgedrukt. Nu was Zr. Ms. Adder al helemaal geen deugdelijk schip, overigens, nu ja, een ongelukkig schip, zeg maar. Ze liep vaak en veel uit haar roer. In 1875 ramde de Adder de monitor "Heiligerlee", genaamd naar de lag bij, met het jaar daarop voer ze ook nog eens tegen een ander schip aan, met nare gevolgen voor dat schip.
Ze lag een tijd in de 'reserve' zoals dat genoemd werd, maar werd opnieuw in dienst gesteld op 1 juli 1882 voor grote oefeningen. (De vreemde naamgeving, Adder is geen echte marine kreet, natuurlijk, kwa, zoals ik begreep, van de dochters van de directie van de marine scheepswerf in Den Helder, die de namen mochten kiezen, vandaar: Haai, Draak, Krokodil en bijvoorbeeld, Adder. Ik ben hier niet helemaal zeker van, overigens, dus: verbeter me, asjeblieft!)
Soit: de Adder vertrok op de vierde juli 1882 van IJmuiden naar Hellevoetsluis. Daar zou ze, na de oefeningen, de manoeuvres, blijven liggen tot oktober om dan weer naar de Mokumse haven terug te gaan. Er stond in die week een harde westenwind, wat (toentertijd) niet zo normaal was voor die tijd van het jaar. Het schip en haar bemanning, 115 pax, waarvan vijf officieren, zou dus een pittige reis te wachten staan.
Maar de wind nam meer en meer toe en tegen drie uur die dag erop, het was nu woensdag de vijfde juli, waaide het, tegen drie uur in de middag, heel hard. Wat er verder is gebeurd met het oorlogsschip is nauwelijks bekend! Op die dag werd de Adder, volgens verschillende berichten, vanaf diverse plaatsen vanaf de kust in de Noordzee gezien. Het schip werd op woensdagmiddag rond 4 uur opgemerkt toen het ter hoogte van Scheveningen voer, maar, het gekke was, dat ze een noordelijke koers aanhield, dus dat was niet naar de richting van Hellevoet. Om zes uur die avond zag een schipper, van een haringbuis, neem ik aan, de Adder weer ter hoogte van Scheveningen. Het schip vorderde niet en hoge golven sloegen over het gehele schip, tot zelfs over de schoorsteen, meende de man. De visser zag overigens niemand op het dek, hij zag ook geen noodsein(en) en passeerde het schip aan de landzijde; hij merkte dan wel op dat het slecht stuurde en veel gierde. Een andere schipper meldde dat hij, op de Noordzee tussen Scheveningen en Katwijk, tijdens slecht weer om omstreeks 1830 de Adder ontmoet had, die op dat moment in de richting van Rotterdam voer. Hij was dat schip zo dicht genaderd dat hij bijna overvaren zou zijn als de Adder een halve streek van koers zou zijn veranderd. Omdat de monitor veel water overkreeg bleef die man, ene schipper Westenduin bij de Adder in de buurt, tot ongeveer 2130 en ja, dat was met het doel om eventueel hulp te verlenen. Even na half tien zag die Westenduin een grote rookontwikkeling, die erop scheen te duiden dat de (stoom) vuren toen doofden, vermoedelijk door een enorme hoge golf, die op de stooplaten van het oorlogsschip terecht waren gekomen.
Vanaf dat moment is er geen contact meer geweest met het oorlogsschip en is het gewoon "verdwenen", vermoedelijk is de monitor met man en muis ten ondergegaan.
Op de vrijdag daarop werd te Nieuwediep, Den Helder, dus, een reddingsboei opgevist, waarop Zr. Ms. monitor Adder geschilderd stond. In de nabijheid van die boei dreven enige stukken hout; later op de dag spoelden ook nog eens twee lijken aan, die van een matroos en van een zee milicien, een dienstplichte marine man dus, en daarnaast ook nog eens reddingsgordels en nog eens een boei, ook gemerkt met de naam van de Adder. Daarnaast vond men stukken van het wapen, verbrijzelde deuren, het triktrakbord uit de longroom, delen van sloepen en ander houtwerk. In de plaatsen Callantsoog en Huisduinen
spoelden drenkelingen aan en bij Petten werd ook nog eens een reddingsboei van de Adder gevonden.
Er was een ramp gebeurd!
=Later verder=
dinsdag 17 oktober 2017
Kaspar Hauser, deel twee (en over een vreemde, zelfs griezelige Graaf)
| Le Comte de Saint Germain |
Maar goed, Kaspar werd beroemd in de hele stad en ook in de hele "Kreis" zoals dat heet in Duitsland en werd geïnviteerd op diverse feesten, waar de goegemeente dan hem wilde showen. Ook ging men hem lessen geven in taal en rekenen en hij werd een bekende burger van de stad.
Of er nu jaloezie in het spel was, of omdat men van hem af wilde omdat hij misschien te veel wist of te belastend voor (een hoger) iemand m/v zou kunnen zijn, zal men nooit meer weten.Feit is dat hij, anderhalf jaar nadat hij in Neurenberg was aangekomen, slachtoffer werd van een aanslag. Zijn verwondingen waren gelukkig niet ernstig en na paar dagen was de jongen weer hersteld.
Maar, in de maanden voorafgaand aan de aanslag gingen er reeds de geruchten dat Kaspar van misschien wel uit een buitenechtelijke koninklijke, of wel hoog adellijke relatie stamde en de aanslag op hem wakkerde deze geruchten natuurlijk aan.Hij zou een buitenechtelijk kind van een vorst of een baron met een dame van plezante, maar lichte zeden zijn.
Op 14 december 1833 werd Kaspar Hauser, met een rare smoes, naar de tuin van slot "Anspach" gelokt, waar hij opeens werd neergestoken, met minimaal zeven steekwonden in zijn rug. Drie dagen later overleed hij aan zijn verwondingen. De moordenaar liet alleen maar een mysterieuze envelop achter, waarin hij zichzelf als "M.L.Ö.'"voorstelde, maar verder geen enkele motief voor zijn daad gaf. Later zei men dat het Hauser gewoon zelfmoord had gepleegd!
Ja, natuurlijk, hij heeft zichzelf zeven keer in zijn rug steken, typisch geval van zelfmoord, toch? Die zelfmoord werd, na de lijk schouwing toch wel uitgesloten, maar het kwam de bewindvoerders, nu ja de mensen die zijn geheim wilden bewaren, waarschijnlijk beter uit! Er verschenen allemaal tegenstrijdige verklaringen van artsen, het raadsel werd niet opgelost, de politie kwam ook niet verder, al dan niet gehinderd en zo en men liet zijn dood dan maar voor wat het was.
Zijn grafschrift luidde:
Hier ligt
Kaspar Hauser,
Een raadsel van zijn tijd,
zijn geboorte onbekend,
zijn dood duister.
1833.
Kaspars laatste woorden waren overigens: "Ik heb het zelf niet gedaan". Wat hij daar mee bedoelde? Niemand zal het ooit weten.
In veel later jaren werd er nog verder onderzoek naar hem gedaan, maar zijn lichaam is, net als de grafsteen, niet meer te vinden. Tijdens een bombardement in de Tweede wereldoorlog is het graf en vermoedelijk ook zijn stoffelijke resten, verwoest? Ook DNA onderzoek leverde later niet veel op. De zittende adellijke en koningshuizen van toen zijn bijna allemaal uitgestorven ondertussen, maar ook, en dat is wel opvallend, omdat er nu nog wel bestaande, dus mogelijke voorouders van grafelijke, hertogelijke, mogelijk vorstelijke en zo, geslachten niet mee willen werken. Zo blijft Kaspar Hauser tot op heden, bijna 175 jaar later, nog altijd een mysterie.
(Tja, adel spoort niet, natuurlijk. Het waren allemaal struikrovers met een harnas aan. Ik heb ooit een Jonkheer gekend, een absolute nare man, die er zich op liet voorstaan dat een van zijn voorouders een heel regiment cavalerie op de been had gebracht. Op mijn vraag dat die voorouder dus een gewone paardenfokker was geweest, werd hij boos en schold me uit voor een links persoon. Tja, adel!)
De foto die je boven dit Blog ziet, is overigens niet van onze Kaspar voornoemd. Het is een portret, olie op linnen, of zuks (van een onbekende artiest, overigens) van de Graaf van Saint Germain. De man, hij was inderdaad een graaf, (vertelde hij overal) leefde van ongeveer 1710, denkt men tot ??, heden, denkt men. Voor ik de dieperik in ga: die Graaf was een "homo universalis", zoals men dat ooit noemde. Hij was schrijver, wiskundige, componist, filosoof, maar bovenal was hij alchemist en hij zou de bron van het eeuwige leven hebben ontdekt! Hoe maf klinkt dat? Absoluut en helemaal: totaal maf. (Maar wel romantisch, nu ja, intrigerend, toch?)
Maar laat me, in de nog te volgen verhalen, iets meer over hem en zijn leven en bestaan vertellen. De winter breekt aan, Sint en zwarte Piet zijn in het land, de donkere dagen staan voor de deur. Na Sint komt het kerstfeest, met al zijn overleveringen en al dan niet geloofwaardige verhalen. Ondertussen weten we dat dat befaamde hemelverschijnsel, De Ster van Betlehem, een komeet was, nu weten we bijna zeker dat de zondvloed, je weet wel, van Noach en de Ark, uit de bijbel een natuurramp was, een doorbraak van de Middellandse zee naar de Zwarte Zee, maar ooit, en echt ooit geloofden de mensen in die verhalen.
De winter was natuurlijk de tijd dat gezinnen zich zo goed als helemaal binnensloten in hun woningen, hofsteden of plaggenhutten om elkaar lange en soms griezelige, maar vaak heel geheimzinnige en mysterieuze verhalen te vertellen. Over Witte Wieven, over dwaallichten en dichtgemetselde ramen in huizen en kastelen en over verdwenen kamers en ook over geesten op en in kastelen ging het dan vaak. In de haard knapte het houtvuur, op de kachel trok de pot met warme chocolademelk of slemp en de kinderen mochten langer opblijven. Men ontstak vuren, kerstbomen en zo, om de donkere krachten buiten te houden en de geesten te weren.
=We zijn weer in die donkere dagen aanbeland en ik vertel graag wat verhalen. Over die graaf, die nog steeds zou leven en zelfs ooit getrouwd geweest zou zijn met een bekende Franse zangeres. Ook wil ik het eens hebben over Shakespeare, die helemaal geen dichter of schrijver was, maar een bastaard kind van een Antwerpse heer die hem zijn verhalen influisterde. Maar: ik ga ook vertellen over Atlantis, dat helemaal niet zo ver weg lag. Denk hierbij aan Vlissingen en Ulysses, wat Engels is voor de Odysee?=
zondag 15 oktober 2017
Kaspar Hauser. (Ofwel: er is meer tussen hemel en aarde) 1.
Dit
is een (mogelijke) afbeelding van ene "Kaspar Hauser". Ik neem aan dat
jullie die naam wel eens gehoord hebben? Hij was en is een van de
meest geheimzinnige mensen in die toch alzo merkwaardige negentiende eeuw. Een eeuw die toch al zo vol
was met allerlei geheimzinnige mensen en namen en romantische figuren?
Ik noem vooral boeken met namen als "De man met het IJzeren masker" van Alexandre Dumas
(pere), dat moet je er dan wel bijschrijven. Maar ook boeken als "De klokkenluider van de Notre Dame", "Les Miserables" en "Ivanhoe" maar ook "Drie Musketiers" en zo, stammen uit die jaren. Van schrijvers als Victor Hugo en Sir Walter Scott, beiden ook at merkwaardige types, vrijdenkers en vrijmetselaars?
Maar hoe dan ook, die Kaspar Hauser was overigens een heel echt raadsel, een mysterie en een enigma. Tot op de dag van vandaag is dat zo gebleven. Na zijn leven, dat helaas heel kort was en nooit echt opgehelderd werd, was er dan ook een hausse aan Kaspar Hauser beelden, boeken en "verschijningen". Nee, geen films of operettes of, iets waar men tegenwoordig helemaal maf van is, die afgrijselijke Musicals, die vreselijk afkeurenswaardige van "kunst", waar tweede en derde rang zangers en zangeressen zich in laten zien en daardoor bij allerlei, misschien nog meer afkeurenswaardige programma's als "Pauw", "DWDD", of bij Geer of Goor, ik most ff braken, terecht komen. Maar ja, ik begrijp het wel, je moet wel, als BN'er. Je moet je talent hoereren of prostitueren, zeg maar. Je moet verschijnen in de programma's van de mensen die dat maken, programma's van die absolute no-brainers die naar dat soort programma's blijven loeren. Soit, zeg ik.
Maar hoe dan ook, die Kaspar Hauser was overigens een heel echt raadsel, een mysterie en een enigma. Tot op de dag van vandaag is dat zo gebleven. Na zijn leven, dat helaas heel kort was en nooit echt opgehelderd werd, was er dan ook een hausse aan Kaspar Hauser beelden, boeken en "verschijningen". Nee, geen films of operettes of, iets waar men tegenwoordig helemaal maf van is, die afgrijselijke Musicals, die vreselijk afkeurenswaardige van "kunst", waar tweede en derde rang zangers en zangeressen zich in laten zien en daardoor bij allerlei, misschien nog meer afkeurenswaardige programma's als "Pauw", "DWDD", of bij Geer of Goor, ik most ff braken, terecht komen. Maar ja, ik begrijp het wel, je moet wel, als BN'er. Je moet je talent hoereren of prostitueren, zeg maar. Je moet verschijnen in de programma's van de mensen die dat maken, programma's van die absolute no-brainers die naar dat soort programma's blijven loeren. Soit, zeg ik.
(De
meest erge van die shows? Goh, ik heb lang na moeten denken. Ik wilde
eerst iets over mensen en shows schrijven, maar ik bedacht dat Goor en
Geer in dat soort programma's optraden en ik wil die twee namen niet
verbinden aan de menselijke intelligentie verbinden, in ieder geval niet
aan het DENKENDE en menselijke deel van onze natie.)
Maar
even over Kaspar Hauser, daar ging dit stuk namelijk over. Man, als ik helemaal zijn
geschiedenis zou willen lezen en dan ook nog eens bestuderen en ook nog eens zou willen beschrijven, dan had ik wel veertig of vijftig dikke boeken nodig. Ik heb natuurlijk wel veel over hem gelezen en ben er, na al die studie, na al die vele en elkaar tegen sprekende boeken, na al die websites en al die tijdschriften berichten, nog steeds niet uit. Ik gaf al aan dat ik der geen moer van snap en met mij, de halve wereld ook nog steeds niet.
In een bericht in de Times heette het:
On 26 May 1828, a teenage boy appeared in the streets of Nuremberg, Germany. He carried a letter with him addressed to the captain of the 4th squadron of the 6th cavalry regiment, Captain von Wessenig. Its heading read: Von der Bäierischen Gränz / daß Orte ist unbenant / 1828 ("From the Bavarian border / The place is unnamed . The anonymous author said that the boy was given into his custody as an infant on 7 October 1812 and that he instructed him in reading, writing and the Christian religion, but never let him "take a single step out of my house". The letter stated that the boy would now like to be a cavalryman "as his father was" and invited the captain either to take him in or to hang him.
Ja, dat is natuurlijk helemaal maf. Er was nog een briefje overigens en daar stond in dat hij op de 30ste april 1812 was geboren en dat zijn naam Kaspar was. Zijn vader zou een officier van een cavalerie regiment zijn, die was gesneuveld in de strijd (tegen Napoleon?) Hoe dan ook, er was een handelsman die hem onder zijn vleugels nam, en meenam naar het huis van die "Hauptman Von Wessenig". De knul werd ondervraagd en kon alleen maar uitbrengen dat hij "een cavalerist wilde worden, net als mijn pa." Verder zei hij alleen maar, in slecht verstaanbaar Duits: "Pferd, Pferd." Hij werd naar een politiebureau gebracht en kon, maf eigenlijk, wel zijn naam schrijven: "Kaspar Hauser". Hij had, ook zo raar, wel verstand van geld. Maar: hij bleef voornamelijk het woord "Pferd" herhalen.
Later zal ik het hebben over de mogelijke connectie tussen Kaspar en de "Graaf van Saint Germain", een heel geheimzinnig mens, die waarschijnlijk het eeuwige leven heeft en al honderden jaren tussen ons verblijft?
In een bericht in de Times heette het:
On 26 May 1828, a teenage boy appeared in the streets of Nuremberg, Germany. He carried a letter with him addressed to the captain of the 4th squadron of the 6th cavalry regiment, Captain von Wessenig. Its heading read: Von der Bäierischen Gränz / daß Orte ist unbenant / 1828 ("From the Bavarian border / The place is unnamed . The anonymous author said that the boy was given into his custody as an infant on 7 October 1812 and that he instructed him in reading, writing and the Christian religion, but never let him "take a single step out of my house". The letter stated that the boy would now like to be a cavalryman "as his father was" and invited the captain either to take him in or to hang him.
Ja, dat is natuurlijk helemaal maf. Er was nog een briefje overigens en daar stond in dat hij op de 30ste april 1812 was geboren en dat zijn naam Kaspar was. Zijn vader zou een officier van een cavalerie regiment zijn, die was gesneuveld in de strijd (tegen Napoleon?) Hoe dan ook, er was een handelsman die hem onder zijn vleugels nam, en meenam naar het huis van die "Hauptman Von Wessenig". De knul werd ondervraagd en kon alleen maar uitbrengen dat hij "een cavalerist wilde worden, net als mijn pa." Verder zei hij alleen maar, in slecht verstaanbaar Duits: "Pferd, Pferd." Hij werd naar een politiebureau gebracht en kon, maf eigenlijk, wel zijn naam schrijven: "Kaspar Hauser". Hij had, ook zo raar, wel verstand van geld. Maar: hij bleef voornamelijk het woord "Pferd" herhalen.
Later zal ik het hebben over de mogelijke connectie tussen Kaspar en de "Graaf van Saint Germain", een heel geheimzinnig mens, die waarschijnlijk het eeuwige leven heeft en al honderden jaren tussen ons verblijft?
vrijdag 13 oktober 2017
De ondergang van Zr. Ms. "Adder" (deel een)
De meest merkwaardige oorlogsschepen die ooit bestaan hebben, waren waarschijnlijk wel de zogenaamde 'Monitors.' (Behalve dan de ronde schepen die een Russische admiraal, ene Popov geloof ik, had uitgedacht in de tijd van de Krimoorlog. Deze schepen waren dus cirkelvormig en ja, ze gingen alle kanten op, natuurlijk, ondanks dat ze roeren en schroeven hadden.)
Maar goed, monitors, zoals dat soort type oorlogsschepen in die tijd genoemd werden, waren, na de Amerikaanse burgeroorlog, enorm in trek, bij alle marines van de hele wereld. Waarom weet nog steeds niemand, het was, toentertijd, zeg maar een "hype", zoals bepaalde tv figuranten en alle bak- en kookprogramma's dat nu zijn. Een hype stelt geen ene ruk voor, maar iedereen doet eraan mee en vind het geweldig, zoiets dan, maar na een dag of twee is het helemaal vergeten!
(Nee, geen kritiek op de man zelf, hoor, maar kortgeleden overleed een burgemeester van Mokum. De rijen voor zijn afscheid waren kilometers lang. Veel van de mensen in de rij hadden de man nooit gezien, nooit meegemaakt, ze kwamen soms uit een diepe provincie. 'Maar', zeiden ze, 'we moeten hier zijn!' Ik maakte het mee na de dood van Jos Brink. Hij lag opgebaard in Carre. Fietsmaatjes wilden, we kwamen er toevallig langs, meteen het condoleance register teken, ik hield hun fietsen in de peiling. Toen ik niet bereid was om dat register te tekenen waren ze een beetje verbaasd. Maar: ik had niks met die Brink en ik heb/had niks met die Van der Laan, aardig mens dat hij ook geweest mag zijn!)
Ok, over de "monitor" hype, dan en, blijf der asjeblieft ff bij, het wordt weer een verhaal, zeg! In dit eerste deel mot ik echt even uitleggen wat er allemaal gebeurde in de negentiende eeuw. Negentiende, inderdaad, zo ver weg al, bijna tussen de meer dan honderd en twee honderd jaar her. Nee, blijf der nou even bij, het is best wel interessant. In die eeuw gebeurden er dingen die we pas in onze eeuw terug zagen. In onze tijd is het dde enorme ontwikkeling op het gebied van de, laat ik maar zeg, elektronica. PC's, Pods, Pads, Tom Toms, auto technologie, ruimtevaart, betere onderzoek- en behandelmethodes op medisch gebied, minder uitstoot, Trump, Kim Il F..., Merkel, May en Macron en Rutte III, noem maar op.
Maar, vergeet de 18e eeuw niet hoor. Mensen, mensen, mensen, (man, oh man, mag niet meer natuurlijk) wat hebben de mensen uit die eeuw allemaal niet over zich heen gekregen? Ten eerste Napoleon met zijn enorme legers die, bijna onverslaanbaar waren, daarna de trein, die, in ons land, tussen Mokum en Haarlem ging rijden, maar daarna een onstuitbare opmars maakte door het land, de Belgische opstand en de tiendaagse veldtocht, (oh ja, een blog of wat waard, help me herinneren aan dat prachtige gedicht, nu ja scabreuze lied dat daarover werd gemaakt en dat ik, slechts twintig jaar geleden nog hoorde zingen door een oud Leiden student) daarna kwam de uitvinding van telefoon en telegram en Morse, denk ook aan de vreselijke oorlogen die er woedden in die jaren. De Amerikaanse burgeroorlog, de Krim oorlog en de Frans Duitse oorlog, van 1870-1871.
De Commune van Parijs, de eerste ballonvaarten, de Atjeh oorlogen en ik vergeet, bewust, nog veel, want ja, ik heb maar een A 4tje voor me.
Ik noemde even de Amerikaanse burgeroorlog. Veel mensen denken dat die was ontstaan omdat president Abraham Lincoln het zo heel erg zielig vond voor de arme werknemers (donkergekleurde mensen uit verre landen) die nog steeds als slaaf werden gehouden. Niets was en is minder waar, natuurlijk. Lincoln, toen Republikein, zag het niet zitten dat de bedrijven in de Zuidelijke staten, dat waren vooral katoen plantages, zoveel goedkope werkkrachten in dienst hadden, terwijl de fabrieken in zijn Noordelijke staten, vooral staalfabrieken en kool- en staalmijnen, behoorlijk veel salaris moesten betalen aan de Ierse/Duitse/Poolse/Russische emigranten die in grote getale naar zijn land waren gekomen.
(Even dit: de partijen verwisselden helemaal van soort. De toenmalige republikeinen van Lincoln zijn de democraten van Hillary nu en de democraten van toen zijn de republikeinen van The Don van nu!
Goed, ja, ik kom der bijna op. Die Amerikaanse burgeroorlog was vreselijk. Maar ze bracht wel heel veel nieuwe ideeën aan. Een van die ideeën was een zogenaamde monitor, een klein schip, uitgerust met een echte geschut-toren. De uitvinder, ene mijnheer John Ericsson, ontwierp een klein, maar zeewaardig platform met zowaar een draaiende koepel waarin twee kanons van 15", vijftien inch, dus zeg maar 33 centimeter als kaliber, waren geplaatst. Het schip kon dus, door die draaiende toren, aan alle kanten schoten uitbrengen! Tot die tijd moest dus elk oorlogsschip haar kanons, die in de brede zij van het schip waren op gesteld, het schip naar de vijand wenden, maar door de uitvinding van Ericsson was dat niet meer nodig! Ook kleine marines konden nu, tegen redelijk lage kosten, oorlogsschepen bouwen zonder dat ze enorme slagschepen van hout en staal moesten laten vervaardigen.
Ons koninkrijk was der als de kippen bij. Zo werd onder andere Zr. Ms. Adder gebouwd. Helaas, dus, zoals ik later zal uitleggen.
Ik zal Kaspar Hauser niet vergeten hoor, ik ga der verder over!
"Vier schoten voor een vrouw"
"Na den viervoudigen moord stak de misdadiger
zijn huisje in brand. Op onze foto de voorkant van het huis en de deur,
waardoor het onmensch het eerste doodelijke schot loste.: - Foto: ‘Het
Centrum’, 22-01-1929
Het is 1928, nu alweer bijna negentig jaar geleden, als er een vreselijk moordpartij ons land opschrikt. Op die dag schiet ene IJje, (of Yje, al naar je Fries bent of wilt zijn), Wijkstra, in Doezum, gemeente Grootegast, in (net aan in Groningen) vier 'veldwachters' dood, die hem van zijn geliefde willen scheidden. Hij schiet dus vier "politiemannen" dood, waaronder Jan Werkman en Herman Hoving. Hij moest namelijk worden opgepakt, want: hij leefde samen met een vrouw, ene Aaltje Wobbes, die was "weggelopen" van haar man, zoals dat toen heette, maar ze was wel een vrouw die officieel nog steeds getrouwd was en zes kinderen had met haar man, ene Hendrik Wobbes. Het huwelijk was, ondanks het overtal van kinderen, niet goed. Hendrik was een klaploper en een dief en zat vaak vast, in de bajes dan.
IJe, of Yje, Wijkstra werd geboren als de jongste van zeven kinderen van (ook weer een IJje) Wijkstra en Sjouktje van Bolhuis. Zijn vader was los-arbeider. Dat hield in dat hij geen vast werk had en derhalve ook geen vast inkomen. Naar het schijnt konden beide ouders slecht met elkaar overweg. Ze hadden ruzies over het geloof en er vielen regelmatig klappen. Na de lagere school ging IJje leren als metselaarsleerling. Daarnaast zou hij samen met zijn vader gestroopt hebben; vast staat in ieder geval dat IJje goed met een geweer wist om te gaan. Het waren de jaren rond de eeuwwisseling. Het socialistische gedachtegoed, maar ook het anarchisme heerste in het Europa van net na de Eerste Wereldoorlog.
IJje, zo noem ik hem dan vanaf nu maar, kon overigens redelijk in zijn eigen onderhoud voorzien. Hij bleef bij zijn moeder wonen en zou dus anarchistische trekken hebben. Hij moet, zijn hele leven lang overigens, niets hebben van het gezag. (Overigens meende IJje zelf dat hij leed aan een zenuwziekte, maar dat was pas na zijn berechting.)
In 1928 krijgt hij een verhouding met ene Aaltje Wobbes, de vrouw van zijn toenmalige vriend Hendrik Wobbes, waarmee hij geregeld op strooptocht ging. Deze 'vriend' zat op dat moment vast wegens diefstal of mogelijk vanwege het stropen. IJje trekt bij Aaltje in, volgens mij was dat op een schuit, maar dat kan ik niet helemaal achterhalen. Volgens de overlevering heeft Aaltje een grote invloed op IJje. Hij blijft veertien dagen bij haar. (Er is een gezegde bij de KM dat een k.. meer trekt dan tien paarden, maar dat gezegde zal ik niet opschrijven natuurlijk.)
De schuit wordt natuurlijk te klein met de zes kinderen en IJje en enige tijd later trekt Aaltje bij IJje in, hij woont overigens nog bij zijn moeder, en zij laat zij haar zes kinderen in de steek. Die blijven dus alleen wonen op die oude polderschuit!
Dat wordt allemaal bekend, het dorp is klein, het land is nog steeds klein, zeg maar en is het allemaal natuurlijk een grote schande en zo komt 'Justitie' in beweging. De burgemeester van de gemeente waar Aaltje woont, Grootegast, krijgt opdracht om Aaltje aan te houden en naar Groningen, de provincie hoofdstad en de plek waar de rechters huizen, te laten brengen, waar ze verhoord en waarschijnlijk gestraft gaat worden.
Klaarblijkelijk voorziet de burgemeester problemen bij de aanhouding, want hij laat vier "veldwachters", zoals de de politiemensen toen nog heetten, opdracht uitvoeren: twee gemeentelijke veldwachters (Aldert Meijer en Mient van der Molen) en twee rijksveldwachters (Herman Hoving en Jan Werkman). Wijkstra krijgt lucht van het feit dat ze Aaltje willen aanhouden.
Op 18 januari 1929 wacht die Wijkstra de veldwachters op met een karabijn. Volgens de overlevering zou het zo'n 18 graden gevroren hebben die dag.
IJje gaat alle vier veldwachters neer schieten. Zelf raakt hij lichtgewond. Hij brengt Aaltje na de vreselijke daad, onder bij een neef en vlucht zelf naar Groningen. Op weg naar het ziekenhuis, waar hij zich wil laten behandelen voor een schamp wond, wordt hij aangehouden.
In april 1929 wordt hij door de het gerechtshof in Groningen tot een levenslange gevangenis straf veroordeeld. Hij gaat wel in hoger beroep en het hof van Leeuwarden maakt er van zijn straf 20 jaar van.
Aaltje Wobbes wordt overigens veroordeeld tot slechts 1 jaar gevangenisstraf, voor het in de steek laten van haar kinderen.
In 1941 wordt Wijkstra van de strafgevangenis in Leeuwarden overgeplaatst naar het Rijkskrankzinnigengesticht te Woensel (da's in de buurt van Eindhoven). Daar sterft hij enige weken later op 45-jarige leeftijd aan de gevolgen van tbc Hij wordt op 10 juni 1941 te Eindhoven begraven.
Het drama in Doezum baart natuurlijk zeer veel opzien. De begrafenissen van de vier agenten worden nationale gebeurtenissen en in het gemeentehuis te Grootegast wordt een plaquette aangebracht, ter herinnering aan de vier veldwachters.
In 1980 wordt Aaltje Wobbes overigens herenigd met vier van haar kinderen. Zij blijft tot aan haar dood in 1985 volhouden dat het de politiemannen waren die begonnen met schieten.
IJe, of Yje, Wijkstra werd geboren als de jongste van zeven kinderen van (ook weer een IJje) Wijkstra en Sjouktje van Bolhuis. Zijn vader was los-arbeider. Dat hield in dat hij geen vast werk had en derhalve ook geen vast inkomen. Naar het schijnt konden beide ouders slecht met elkaar overweg. Ze hadden ruzies over het geloof en er vielen regelmatig klappen. Na de lagere school ging IJje leren als metselaarsleerling. Daarnaast zou hij samen met zijn vader gestroopt hebben; vast staat in ieder geval dat IJje goed met een geweer wist om te gaan. Het waren de jaren rond de eeuwwisseling. Het socialistische gedachtegoed, maar ook het anarchisme heerste in het Europa van net na de Eerste Wereldoorlog.
IJje, zo noem ik hem dan vanaf nu maar, kon overigens redelijk in zijn eigen onderhoud voorzien. Hij bleef bij zijn moeder wonen en zou dus anarchistische trekken hebben. Hij moet, zijn hele leven lang overigens, niets hebben van het gezag. (Overigens meende IJje zelf dat hij leed aan een zenuwziekte, maar dat was pas na zijn berechting.)
In 1928 krijgt hij een verhouding met ene Aaltje Wobbes, de vrouw van zijn toenmalige vriend Hendrik Wobbes, waarmee hij geregeld op strooptocht ging. Deze 'vriend' zat op dat moment vast wegens diefstal of mogelijk vanwege het stropen. IJje trekt bij Aaltje in, volgens mij was dat op een schuit, maar dat kan ik niet helemaal achterhalen. Volgens de overlevering heeft Aaltje een grote invloed op IJje. Hij blijft veertien dagen bij haar. (Er is een gezegde bij de KM dat een k.. meer trekt dan tien paarden, maar dat gezegde zal ik niet opschrijven natuurlijk.)
De schuit wordt natuurlijk te klein met de zes kinderen en IJje en enige tijd later trekt Aaltje bij IJje in, hij woont overigens nog bij zijn moeder, en zij laat zij haar zes kinderen in de steek. Die blijven dus alleen wonen op die oude polderschuit!
Dat wordt allemaal bekend, het dorp is klein, het land is nog steeds klein, zeg maar en is het allemaal natuurlijk een grote schande en zo komt 'Justitie' in beweging. De burgemeester van de gemeente waar Aaltje woont, Grootegast, krijgt opdracht om Aaltje aan te houden en naar Groningen, de provincie hoofdstad en de plek waar de rechters huizen, te laten brengen, waar ze verhoord en waarschijnlijk gestraft gaat worden.
Klaarblijkelijk voorziet de burgemeester problemen bij de aanhouding, want hij laat vier "veldwachters", zoals de de politiemensen toen nog heetten, opdracht uitvoeren: twee gemeentelijke veldwachters (Aldert Meijer en Mient van der Molen) en twee rijksveldwachters (Herman Hoving en Jan Werkman). Wijkstra krijgt lucht van het feit dat ze Aaltje willen aanhouden.
Op 18 januari 1929 wacht die Wijkstra de veldwachters op met een karabijn. Volgens de overlevering zou het zo'n 18 graden gevroren hebben die dag.
IJje gaat alle vier veldwachters neer schieten. Zelf raakt hij lichtgewond. Hij brengt Aaltje na de vreselijke daad, onder bij een neef en vlucht zelf naar Groningen. Op weg naar het ziekenhuis, waar hij zich wil laten behandelen voor een schamp wond, wordt hij aangehouden.
In april 1929 wordt hij door de het gerechtshof in Groningen tot een levenslange gevangenis straf veroordeeld. Hij gaat wel in hoger beroep en het hof van Leeuwarden maakt er van zijn straf 20 jaar van.
Aaltje Wobbes wordt overigens veroordeeld tot slechts 1 jaar gevangenisstraf, voor het in de steek laten van haar kinderen.
In 1941 wordt Wijkstra van de strafgevangenis in Leeuwarden overgeplaatst naar het Rijkskrankzinnigengesticht te Woensel (da's in de buurt van Eindhoven). Daar sterft hij enige weken later op 45-jarige leeftijd aan de gevolgen van tbc Hij wordt op 10 juni 1941 te Eindhoven begraven.
Het drama in Doezum baart natuurlijk zeer veel opzien. De begrafenissen van de vier agenten worden nationale gebeurtenissen en in het gemeentehuis te Grootegast wordt een plaquette aangebracht, ter herinnering aan de vier veldwachters.
In 1980 wordt Aaltje Wobbes overigens herenigd met vier van haar kinderen. Zij blijft tot aan haar dood in 1985 volhouden dat het de politiemannen waren die begonnen met schieten.
woensdag 11 oktober 2017
De Dreyfus affaire (2)
(Georges Picquard)
(Alfred Dreyfus, een Joodse kapitein van de Artillerie, werd ten onrechte beschuldigd van spionage. Majoor, later overste, Picquard, kwam op de werkelijke gang van zaken!)
Maar dat verhaal van Zola kwam pas heel laat op gang en pas nadat die Picquard zijn twijfels over de waarheid etaleerde. De Majoor Picquard wordt ondertussen bevorderd tot overste, 'colonel', in het Frans en wordt aan het hoofd van de contraspionage dienst gezet. Die dienst die Dreyfus zo vreselijk heeft belasterd en allemaal en helemaal nietszeggende bewijzen tegen hem heeft verzameld. Aanvankelijk deelt hij. Picquard, mee in de glorie om de ergste Franse spion voor de Duitsers te hebben gearresteerd, maar langzaam gaat hij geloven in een vreselijke fout gemaakt in zijn afdeling. Hij gaat op geheim onder zoek uit en komt terecht bij ene majoor Esterhazy. Dat was al een wat oudere majoor, die geen bevorderingen meer kreeg, een man die vreselijk gokte, die er een maîtresse op na hield, en "Marie met de vier vingers", en zich al helemaal verdacht maakte en dus veel poen nodig had voor zijn manier van leven. (Vreemd genoeg was hij met een dame gehuwd die nog al een kapitaal bezat, maar daar niets van afstond aan haar man.). Picquard gaat ondertussen, in het geheim, zijn gangen na en weet snel genoeg dat die Esterhazy de werkelijke spion is en niet Dreyfus.
Alle bewijzen tegen de Joodse kapitein zijn vervalst. Briefjes, notities, telegrammen van en over hem, zijn helemaal niet waar en ze zijn allemaal vervalst, blijkt later!
Als Picquard met zijn onderzoeksconclusies bij zijn superieuren komt, raken die in paniek. Zij immers hadden Dreyfus, die Jood, laten veroordelen en als ze nu dat oordeel zouden moeten terugtrekken, omdat de mans valselijk veroordeeld was, op grond van vervalste bewijzen, dan zouden zij, maar ook het hele Franse leger, ten gronde gaan! Want ze hebben een vals beschuldigde officier ten onrechte laten veroordelen.
Nu is onze kolonel/overste de gebeten hond, hij weet immers te veel? Hij wordt overgeplaatst naar Tunesië, waar de Fransen nog steeds heersen. De Franse legertop wil hem op een zelfmoordmissie naar het diepe zuiden van dat land uitzenden, maar zij directe superieur steekt daar een stokje voor. De kolonel gaat terug naar Frankrijk en zorgt ervoor dat al zijn onderzoeksrapporten bij voorstanders van Dreyfus, en tegenstanders van het regime, terecht komen.Dat zijn, naast Emile Zola, lees zijn boeken, ook bijvoorbeeld Georges Clemenceau en Jean Jaures, beide sociaal democratische politici.
Ondertussen wordt Picquard de dienst uit gejaagd, hij moet de hele gifbeker leegdrinken. Maar, na jaren komt er een kentering in het tij. De zaak wordt, in een 'monsterproces' opnieuw onderzocht, Dreyfus komt van Duivelseiland naar Frankrijk terug en wordt, je gelooft het niet, opnieuw schuldig verklaard! Dor de invloed van die k.. generaals, da's duidelijk. (Zijn advocaat word ook nog eens neergeschoten, maar blijft in leven.)
Hoe dan ook, in 1906 wordt hij uiteindelijk vrijgesproken en zelfs weer aangenomen in het leger. Nu als majoor. De echte schuldige: Walsin Esterhazy vluchtte ten slotte naar het Verenigd Koninkrijk waar hij buitenlands correspondent werd voor La Libre Parole, een uiterst anti semitische krant! . In 1908 vestigde hij zich onder de naam Jean de Voilemont in Harpenden. Hij schreef hier artikelen voor de Franse krant L'Éclair. Hij overleed overigens op 75-jarige leeftijd, zonder ooit te zijn veroordeeld, helaas.
Picquard werd overigens terug gehaald door het leger. Hij werd bevorderd tot generaal en werd ook nog eens minister van oorlog, onder bovengenoemde Clemenceau. In 1914 verongelukte Picquard na een val van zijn paard.
Overigens, B., die Papillon, die Henri Charriere, van dat boek en die film met Dustin Hoffman, die man die zogenaamd ontsnapt was van Duivelseiland, heeft helemaal niet bestaan hoor. Nu ja, het was een leuke schrijver, maar meer ook niet!
Abonneren op:
Reacties (Atom)
Politiek debat? Nonsens.
Vanavond heb ik, heel even, naar het debat tussen de zes politieke leiders gekeken. Heel even, hoor. Het was op een commerciële zender en ...
-
" Na den viervoudigen moord stak de misdadiger zijn huisje in brand. Op onze foto de voorkant van het huis en de deur, waardoor ...
-
Volgen jullie die, in mijn ogen dan, hele fantastische tv serie over de 'Tachtig jarige oorlog'? Nee,niet, dat is dan een gemis want...
-
Ja, het zal een kort Blogje worden, vooral omdat ik niet echt, nu ja, wie wel, geïnspireerd is dezer dagen om en vlot en belangrijk Blog te...