woensdag 25 oktober 2017

Nederland en het water. (Een van vele berichten)

Behalve een redelijk stukje Drenthe, een heel klein stukje Friesland, (het "Roode klif) en sommige stukken van Limburg, Brabant en ook de Veluwe, was het, in wat nu ons land is, vroeger een hele grote en natte bende. Nederland, dat toen natuurlijk al helemaal niet bestond, was een Delta, van de rivieren: Maas, Rijn, Maas, Waal en IJssel. En natuurlkijk van veel meer stromen en stroompjes: de Vecht, de Amstel, het Ij, de Hunze, noem ze maar op. Daarnaast hadden de zee en de vele stormen zoveel invloed op het toenmalige landschap, nu ja de landschappen zeg maar, dat het hele land haast verdronken leek. Al die rivieren lagen toen natuurlijk nog niet allemaal netjes ingebed of ingedijkt zoals ze der nu bijliggen. De mens leefde nog, nu ja, zeg maar nauwelijks in deze streken en, mochten ze er al leven, dan woonden ze op terpen (in Friesland) of wierden (in Groningen), zuks, dan. Terpen en wierden, ik leg het niet uit, op de lagere school zijn we dermee doodgegooid, tijdens de geschiedenis les. Toen de Romeinen, je weet wel Julius Caesar en zo, dit zompige land kwamen veroveren, hoewel ze overigens aan de zuidkant van de toenmalige Rijn bleven, een stroompje dat we nu afdoen als 'de Oude Rijn', en toen de Limes werden genoemd, hadden ze er totaal geen probleem mee, om dat natte land, wat we nu kennen als de provincies Noord Holland, Utrecht, Friesland en Overijssel, niet binnen de grenzen van hun rijk te halen. Er was wel een Romeins historicus, ene Plinius, die, beweert hij, die streken van, wat nu ons land is, heeft bezocht en zie het volgende:

Daar woont een ellendig volk op heuveltjes of plateaus (die terpen of wierden dus)boven het peil van de hoogste vloed, die zij met hun handen hebben gemaakt, waarop hun hutten staan. Zij gelijken op schepelingen wanneer het water alles om hen heen bedekt, maar op schipbreukelingen wanneer het zich terugtrekt en zij de vissen rondom hun hutten vangen, die met de zee willen vluchten. Zij hebben geen vee en kunnen zich niet met melk voeden zoals de anderen in de omgeving, noch op jacht gaan, want nergens zijn struiken waarin het wild zich kan ophouden. De netten om de vissen te vangen knopen zij uit zeegras en biezen. De klei, die zij met hun handen oppakken, laten zij meer door de wind dan door de zon drogen. Hun spijzen en hun lichamen, door de noordenwind verstijfd, verwarmen zij met aarde. Hun enige drank is regenwater, dat zij opvangen bij de deur van hun huizen. En wanneer deze volken vandaag door het Romeinse volk worden overwonnen, zeggen zij nog dat ze ons willen dienen. Zo is het inderdaad: voor velen betekent de fortuin een straf".

Tja, je zou die Friezen haast nog steeds zo willen benoemen, zoals Plinius dee, als je een Grunniger bent. Nu ben ik een Drent, da's in de volksmond nog veel erger, natuurlijk: "Een Drent is gewrocht (gemaakt) uit jenever, turf en achterdocht. Fraai. Groningers en Friezen zijn namelijk net als Duitsers en Nederlanders: geen vrienden.

Eeuwen later begon de 'kerstening' van ons land, het bekeren van die heidense stammen tot het christendom. Iedereen, zie opmerking over school van boven, heeft de verhalen gehoord van Sint Willibrordus, waar nog heel veel scholen naar genoemd zijn en van de heilige Bonifatius, ook heel veel namen van scholen, die in 754 bij Dokkum vermoord werd, door die heidense Friezen, zoals meester Jansen nog steeds heel boos opmerkte. Meester Jansen, van de lagere school, was namelijk een Grunniger en had een bloed hekel aan Friezen.
Maar goed, die twee missionarissen, het waren allebei Butsen, zoals men bij de onverlaten van het Korps zeggen, Engelsen dus, in spreektaal, kwamen die Friezen vertellen dat, als ze een weg verhoogden tussen twee terpen/wierden, ze met droge poten naar elkaar toe konden lopen om, ja, handel te drijven, ruzie te maken, elkaar te trouwen, dat soort zaken, dus. Nu zijn de mensen in het hoge Noorden niet dom, maar, laat ik het zo zeggen, wat traag en ja, ze wilden eerst eens de kat uit de boom kijken. Dat duurde wat decennia in Friesland, maar de Groninger had het al snel door.
Toen bleek dat en Bonifatius en Willibrord, hij werd de eerste bisschop van ons land overigens, het bij het juiste eind hadden gehad, werden die bewoners van die natte landen helemaal enthousiast, vooral omdat er kloosters werden gesticht, waar die Groningers en Friezen wat raar tegen aan keken, het waren mannen in jurken, die leefden zonder vrouwen en zo, maar die kloosterlingen begonnen wel ook enthousiast mee te doen aan de waterbeheersing! Toen begrepen de bewoners dat je, als je zo een weggetje rondom een hele waterplas opwierp, je dat meertje of meer, ook nog eens droog kon leggen door het water er uit te scheppen, of malen, dan en dat je dan gewoon een droog en tegen het water beschermd en ook nog eens een heel vruchtbaar stuk land, terug kreeg!
Een "hype" was geboren. De Friezen, Groningers en later de Hollanders werden waterbouwkundigen!
Man, wat was dat! Water, klei of zand er omheen, molens bouwen en pompen maar!

=Later over Leeghwater, Lely en meer van die fantastische Hollanders=



          

Geen opmerkingen:

Een reactie posten

Politiek debat? Nonsens.

  Vanavond heb ik, heel even, naar het debat tussen de zes politieke leiders gekeken. Heel even, hoor. Het was op een commerciële zender en ...